Terwijl in Nederland de discussie over AI vaak gaat over of je het wel moet gebruiken, is het in Zuidoost-Azië al dagelijkse kost. Dat stellen Google, staatsinvesteerder Temasek en adviesbureau Bain & Company in de elfde editie van hun jaarlijkse e-Conomy SEA-rapport, dat op 21 oktober uitkwam. Volgens de onderzoekers gebruiken 243 miljoen mensen in de regio generatieve AI, oftewel 58 procent van de werkende bevolking.

Het tempo is het opvallendste cijfer: AI verspreidt zich daar volgens het rapport vier keer zo snel als mobiel internet destijds deed. De digitale economie van de regio groeit met 17 procent naar 368 miljard dollar aan verkoopwaarde dit jaar, en zou in 2035 boven de duizend miljard dollar uitkomen.

Waar het geld zit

Google splitst de groei uit over een paar sectoren. Dit zijn de cijfers die het rapport noemt:

  • Webwinkels: 226 miljard dollar, 18 procent groei. Kopers zoeken met foto's en chatassistenten in plaats van zoektermen, wat volgens het rapport 10 procent meer aankopen oplevert.
  • Online reizen: 59 miljard dollar, 10 procent groei. Generatieve AI heeft sociale media ingehaald als tweede hulpmiddel om een reis te plannen. De gewone zoekmachine staat nog bovenaan.
  • Online media: 44 miljard dollar omzet, 22 procent groei.
  • Vervoer en maaltijdbezorging: 40 miljard dollar, 15 procent groei.
  • Digitale financiële diensten: 16 procent groei, met fraudedetectie in realtime en persoonlijk financieel advies.

Tokens als nieuwe maatstaf

Interessant is dat de onderzoekers de omvang van de AI-economie niet in gebruikers of omzet meten, maar in tokens: de stukjes tekst die een AI-model verwerkt. Op basis daarvan verwachten ze dat het AI-gebruik in de regio de komende vijf jaar zestig keer zo groot wordt, vooral doordat mensen AI-assistenten zelf laten afrekenen.

Daarbij hoort een kanttekening. Google verkoopt zelf AI-diensten en is medeauteur van dit rapport, dus de cijfers over hoe nuttig AI is komen van een partij met een belang. De percentages over hogere omzet per webwinkel zijn metingen van de onderzoekers zelf, niet onafhankelijk nagerekend.

Een andere route dan Europa

Voor wie vanuit Nederland meekijkt is het contrast het leerzaamste deel. In Europa kwam AI binnen via het werk en via regelgeving: de AI Act schrijft voor wat mag, en bedrijven bepalen welke tools medewerkers krijgen. In Zuidoost-Azië gaat het via de telefoon en de bestelapp, bij een bevolking die het vaste internet vaak heeft overgeslagen. Dat levert snellere adoptie op, maar ook minder vangrails: over labels op AI-beelden, bewaartermijnen of toestemming voor datagebruik zegt het rapport weinig.

Ook relevant voor Nederlandse bedrijven die naar de regio exporteren: de techniek om een aankoop door een assistent te laten doen, komt hier ook aan. Mollie zette er eerder deze maand tot 50 miljoen euro aan aandelen voor klaar. Zuidoost-Azië loopt daarin volgens dit rapport al een flink stuk voor.