Bijna twee derde van de Amerikaanse artsen gebruikt een AI-zoekmachine die bij patiënten weinig bekend is: OpenEvidence. Het bedrijf uit Miami is daarmee 15 miljard dollar waard geworden, meldt de Financial Times in een artikel dat ook op Ars Technica verscheen.
Een chatbot voor medische literatuur
Artsen gebruiken OpenEvidence om medische tijdschriften en behandelrichtlijnen te doorzoeken als hulp bij diagnoses en behandelingen. Volgens het bedrijf stelden artsen vorige maand meer dan 42 miljoen vragen. De dienst groeide vooral via mond-tot-mondreclame. Oprichter Daniel Nadler, die het bedrijf in 2022 begon, noemt het "de eerste virale consumenten-app in de zorg".
Het verdienmodel is opvallend: OpenEvidence leeft van advertenties, niet van abonnementen voor ziekenhuizen. Nadler heeft grotere plannen. Hij wil de verzamelde kennis uiteindelijk inzetten om nieuwe medicijnen te vinden in bestaande wetenschappelijke literatuur. Daar zit volgens hem veel meer geld in dan in advertenties.
Hoe goed is het?
Het onderzoek naar de kwaliteit geeft geen eenduidig beeld:
- Een studie van de Mayo Clinic, die zelf in OpenEvidence heeft geïnvesteerd, vond in alle vijf onderzochte patiëntcasussen juiste aanbevelingen, al was de invloed op de behandelkeuze beperkt.
- Een artikel in Nature uit juni zag dat OpenEvidence op klinische tests slechter scoorde dan algemene modellen als Gemini en GPT.
Een neurochirurg van NYU Langone wijst erop dat er weinig onderzoek is naar afzonderlijke AI-tools en weinig richtlijnen over hoe je ze in de praktijk gebruikt. Er is ook zorg dat jonge artsen te snel op de tool leunen voordat ze de basiskennis zelf beheersen.
Concurrentie van de grote labs
OpenAI en Anthropic richten zich ook op de zorg. OpenAI heeft ChatGPT voor de gezondheidszorg, en Anthropic werkt juist samen met OpenEvidence om zorgtools naar 100 lage- en middeninkomenslanden te brengen. De maker van Anthropics onderzoeksplatform Claude Science is overgestapt naar OpenEvidence.
En in Europa?
Een advertentiegedreven medische AI-tool ligt in Europa gevoeliger. Software die artsen helpt bij diagnose of behandeling kan hier onder de regels voor medische hulpmiddelen vallen, en de Europese AI-verordening rekent zulke toepassingen tot de hoogrisico-AI. In Nederland kan AI ook niet zomaar zelf medische beslissingen nemen, zoals je zag bij het Amerikaanse voorbeeld van een AI die zelf een acnerecept mag uitschrijven. Of en hoe OpenEvidence in Nederland gebruikt wordt, staat niet in het artikel.



