Een herkenningsmodel voor waterplanten uit Drenthe draait sinds augustus op een supercomputer in Bulgarije. Het Kenniscentrum Ongewenste Wortelende Waterplanten (KOWW) in Schipborg kreeg via een Europees programma 5.000 rekenuren op de machine Discoverer. De eerste aanvraag werd afgewezen; de tweede lukte met hulp van het expertisecentrum van de Nederlandse AI-fabriek in Groningen.
Exoot of inheemse plant?
Het doel is praktisch. Waterschappen en gemeenten willen weten welke planten in een sloot of vaart groeien, omdat sommige uitheemse soorten zo hard woekeren dat ze het water dichtgroeien. Vanuit de lucht lijken soorten soms sterk op elkaar. Technologiepartner Objectherkenning.com noemt het verschil tussen het uitheemse ongelijkbladig vederkruid en het inheemse aarvederkruid. Zie je die door elkaar aan, dan haal je misschien de verkeerde plant weg.
Het team werkt daarom met dronebeelden van 0,3 millimeter per pixel, scherp genoeg om losse blaadjes te zien. Op termijn moet het model zo klein en snel worden dat het de beelden al tijdens de vlucht op de drone zelf verwerkt.
Waarom zoveel rekenkracht nodig is
De ontwikkelaars trainden eerder op Hábrók, de supercomputer van de Rijksuniversiteit Groningen. Eén model van begin tot eind trainen kostte daar ongeveer zestig uur, met zes experimenten tegelijk. Elke nieuwe opbouw of combinatie van instellingen vraagt weer nieuwe rekentijd. Met drie maanden op Discoverer kon het team veel meer varianten naast elkaar testen.
Hoeveel beter de herkenning daardoor is geworden, is nog niet bekend. KOWW publiceert geen foutpercentages per plant en geen vergelijking van voor en na de training in Bulgarije.
Waarom de eerste aanvraag strandde
Bij de eerste poging konden de beoordelaars uit het plan niet opmaken wat het team met de capaciteit wilde doen en of het de machine wel kon benutten. Voor de tweede aanvraag moest het team onder meer nadenken over mogelijke vertekeningen in de beelden en genoeg programmacode laten zien om de haalbaarheid te beoordelen. Edwin Kuipers van het Groningse expertisecentrum hielp daarbij, zonder dat de makers hun volledige code hoefden af te staan. Het antwoord kwam volgens KOWW binnen twee dagen.
Ook voor andere mkb'ers
Het verhaal laat zien wat de AI-fabriek in Groningen al doet terwijl de eigen supercomputer er nog niet staat. Die machine komt volgens de planning in 2027 op de Zernike Campus en moet begin 2028 volledig draaien. Europa, het Rijk en de regio betalen samen 200 miljoen euro. Op 5 november werd bekend dat oud-Volksbank-topman Martijn Gribnau de AI-fabriek gaat leiden; hij begint op 11 januari 2027.
Tot die tijd kunnen Nederlandse kleine bedrijven en start-ups zelf rekentijd aanvragen via het doorlopende Playground-programma van EuroHPC. Je kiest één Europees systeem en vraagt toegang voor één tot drie maanden. Aanvragen worden op volgorde van binnenkomst beoordeeld op geschiktheid en technische haalbaarheid. De les van KOWW: een plan dat concreet uitlegt wat je met de rekenkracht gaat doen, maakt het verschil.



