Wie de afgelopen maanden een nieuwe videokaart of extra werkgeheugen wilde kopen, heeft het gemerkt: de prijzen zijn flink gestegen en een daling zit er voorlopig niet in. Volgens een analyse van Engadget is het tekort aan videokaarten (GPU's) in de kern een geheugenprobleem, en de oorzaak is de bouwgolf van AI-datacenters.

HBM verdringt gewoon geheugen

AI-bedrijven hebben enorme hoeveelheden high-bandwidth memory (HBM) nodig, een snelle variant van DRAM die nodig is om AI-modellen te trainen en te laten draaien. Die chips worden gemaakt op dezelfde siliciumschijven (wafers) als het gewone werkgeheugen in pc's, laptops en videokaarten. Omdat de productiecapaciteit beperkt is, kiezen fabrikanten voor wat het meeste oplevert: HBM verkoopt volgens Engadget voor ongeveer 30 procent meer dan gewoon DRAM.

Daar komt bij dat de industrie overstapt op nieuwere generaties, HBM4 en HBM4E, en tegelijk nog bezig is met de overgang van DDR4 naar DDR5. Elke omschakeling van een productielijn drukt tijdelijk het aanbod.

Cijfers die de richting laten zien

  • Een Samsung-topman zei in september tegen Reuters dat HBM in 2027 bijna 30 procent van alle DRAM-productie kan uitmaken, tegen 20 procent een jaar eerder.
  • Sommige analisten verwachten dat aandeel richting 40 procent in 2029.
  • AI-datacenters gebruiken dit jaar naar schatting zo'n 70 procent van al het DRAM ter wereld.

Drie fabrikanten bepalen de markt

Het probleem wordt groter doordat de markt in weinig handen is. Micron, Samsung en SK Hynix maken samen ongeveer 90 procent van al het DRAM. Alle drie breiden hun productie uit, maar verwachten toch langdurige tekorten. En ze richten zich steeds meer op datacenters. Micron stopte vorig jaar zelfs met directe verkoop aan consumenten om meer capaciteit vrij te maken voor AI.

Wat je als koper merkt

Voor gamers, videobewerkers en iedereen die een pc wil bouwen betekent dit dat geheugen en videokaarten duur blijven. Dat geldt ook in Nederland: de geheugenchips komen van dezelfde handvol fabrikanten, wie ze ook verkoopt. Ook grote merken voelen het. Apple noemde dure geheugenchips onlangs nog als een van de redenen voor een lagere winstmarge.

Opvallend is hoe de AI-sector zelf naar dit tekort kijkt. OpenAI-topman Sam Altman zei kortgeleden dat schaars werkgeheugen volgens hem beter in het datacenter past dan op je bureau. Voor de fabrikanten is dat nu al de praktijk. Een paar optimisten verwachten dat het aanbod sneller bijtrekt, maar de geheugenmakers zelf rekenen daar niet op.