Nergens ter wereld groeien datacenters zo hard als in Texas. Juist daar is het verzet nu het grootst. Een week voor de Amerikaanse tussentijdse verkiezingen hebben tientallen groepen, van de burgerrechtenorganisatie NAACP tot conservatieve plattelandsclubs, zich verenigd in de coalitie We the People Texas. Hun doel: de bouw van nieuwe datacenters stoppen of in elk geval vertragen. Dat meldt The Verge.

Een ongewone alliantie

Volgens Gary Bledsoe, voorzitter van de Texaanse NAACP, vertegenwoordigt de coalitie tot een miljoen kiezers. Dat is zijn eigen schatting. De bezwaren lopen uiteen: waterverbruik in een droge staat, belastingvoordelen voor techbedrijven, nieuwe gascentrales die de lucht vervuilen en wind- en zonneparken op landbouwgrond. Jet Parker van de groep Save Rural Texas, die een handboek schreef voor gemeenten die een datacenter willen tegenhouden, vat het samen: Democraten, libertariërs en Republikeinen hebben weinig gemeen, maar op dit onderwerp staan ze schouder aan schouder.

Uit een peiling van augustus blijkt dat 57 procent van de Texanen tegen de bouw van datacenters is. Bij Republikeinen is dat 43 procent, bij Democraten 75 procent en bij onafhankelijke kiezers 54 procent. Op lokaal niveau is het verzet al zichtbaar: San Marcos, bij Austin, is de eerste Texaanse stad met een verbod op datacenters, en in Temple lopen pogingen om de burgemeester en raadsleden weg te stemmen.

De rekening van een rode loper

Texas lokte de sector jarenlang actief. Sinds 2013 betalen datacenters er geen omzetbelasting op apparatuur en stroom, sinds 2015 ook de allergrootste, en dat voor maximaal twintig jaar. Destijds werd de kostenpost geraamd op 14,6 miljoen dollar. In 2025 schatte de staat zelf dat de regeling over twee jaar 3,2 miljard dollar aan belastinginkomsten kost.

  • Stroom: energierekeningen stegen in vijf jaar gemiddeld met ruim 35 procent. De grootste netbeheerder verwacht dat de vraag van datacenters tot 2030 bijna vertienvoudigt.
  • Water: datacenters gebruikten vorig jaar zo'n 0,4 procent van al het water in Texas. Volgens onderzoekers kan dat in 2030 oplopen tot 2,7 procent en in 2040 mogelijk tot 9 procent.
  • Omvang: Texas heeft 26 gigawatt aan bestaande en in aanbouw zijnde capaciteit, twee keer zoveel als Virginia, lange tijd de datacenterhoofdstad van de VS.

Eerder bleek al dat de geplande datacenters de luchtkwaliteit in Texas decennia kunnen terugzetten.

Politici draaien bij, kiezers twijfelen

Gouverneur Greg Abbott, die Texas ooit het 'epicentrum van AI-ontwikkeling' noemde, heeft zijn koers verlegd. Hij wil dat datacenters zelf betalen voor nieuwe netinfrastructuur, kondigde een tijdelijke stop op vergunningen aan en zegt nu open te staan voor het schrappen van de belastingvrijstelling. Critici vinden dat onvoldoende: de stop geldt alleen voor projecten die op het stroomnet aansluiten, terwijl veel Texaanse datacenters hun eigen stroom opwekken. Bledsoe noemt de maatregel een poging om de klok uit te laten lopen tot na de verkiezingen. Zijn Democratische uitdager Gina Hinojosa wil een bouwstop tot er betere regels zijn, maar ook haar oprechtheid wordt door sommige activisten betwijfeld.

In de Senaatsrace hebben zowel de Republikein Ken Paxton als de Democraat James Talarico hun standpunt aangescherpt. Paxton stemde in 2013 nog voor de belastingvrijstelling en zegt die nu te willen intrekken. De brancheorganisatie van onder meer Amazon, Microsoft, Google en Meta steunt naar eigen zeggen geen kandidaten, maar zegt wel dezelfde doelen te hebben als Abbott.

Bekend verhaal voor Nederland

Het Texaanse debat volgt een patroon dat in de hele VS opduikt: datacenters zijn een verkiezingsthema in meerdere staten geworden. Voor Nederland is de discussie niet nieuw. Na de komst van grote hyperscale-datacenters in de kop van Noord-Holland en het verzet rond het Meta-plan in Zeewolde gingen gemeenten en provincies hier al jaren geleden op de rem, zoals ook het boek Hyperscale van Paris Marx beschrijft. In Texas wordt dezelfde vraag nu aan de stembus beslist, op 3 november.