De Amerikaanse president Donald Trump heeft de invoer van buitenlandse industriële robots en machines officieel tot een bedreiging van de nationale veiligheid verklaard. In een proclamatie van 28 oktober geeft hij de VS 180 dagen om met handelspartners nieuwe afspraken te maken over de import van robots, industriële machines en onderdelen. Lukt dat niet, dan kan de president "heffingen, invoerrechten, quota en vergoedingen" opleggen.
Waarom robots ineens veiligheidsbeleid zijn
De proclamatie leunt op een onderzoek van het ministerie van Handel onder minister Howard Lutnick. Volgens dat onderzoek zijn industriële robots nodig voor de productie van Amerikaanse wapensystemen en vormen ze een drijvende kracht achter alle vitale sectoren. Buitenlandse robots zouden bovendien "unieke veiligheidsrisico's" meebrengen, waaronder kwetsbaarheden die hackers kunnen misbruiken.
Die redenering is niet nieuw. In juli verbood de Amerikaanse telecomtoezichthouder FCC al nieuwe modellen van buitenlandse consumentenrobots, zoals robotstofzuigers, robothonden en humanoïde robots. Robotarmen en andere vaste robots in fabrieken en magazijnen bleven toen buiten schot. Met deze stap komen juist die in beeld.
Gevolgen voor fabrieken
Volgens Ars Technica kan de maatregel het werk lastiger maken voor grote Amerikaanse bedrijven die op geïmporteerde robots draaien, zoals General Motors, Ford, Tesla, Boeing en Lockheed Martin. Juist de auto-industrie investeert flink in automatisering met AI; GM-productchef Sterling Anderson vertelde onlangs nog waarom hij inzet op eigen robots in plaats van mensachtige.
Wat betekent het voor Europa?
De proclamatie richt zich niet op één land, dus ook Europese robot- en machinebouwers kunnen onder eventuele heffingen vallen. Hoe zwaar dat uitpakt, hangt af van de onderhandelingen die de VS de komende maanden met de EU en andere handelspartners voeren. Concrete tarieven zijn er nog niet: voorlopig is het een dreigement met een deadline.


